Gepubliceerd op 7 september 2020

Wenen het embleem van Bristol

Delen op

Samen met de hotels Sacher, grand en imperial maakt de Bristol deel uit van wenens meest iconische hotels. Wereldwijd vind je wel meer beroemde hotels met de naam ‘Bristol’. Toch is elk van deze gelijknamige palaces onafhankelijk en behoren zij niet tot dezelfde groep. Dit is het verhaal van een van hen, het hotel Bristol Vienna. Pronkend in hartje wenen op een exclusieve locatie, als buur van de glamoureuze wiener staatsoper.

Sublieme setting in hartje wenen… Hotel Bristol kijkt niet alleen uit over de Wiener Staatsoper, maar bevindt zich ook niet ver van Paleis Schönbrunn, op slechts zes tramhaltes afstand ervan. Het Hofburgpaleis, het parlement, het Secessionhuis en de Spaanse Rijschool liggen allemaal binnen wandelafstand van het Bristol. De legende wil dat het hotel vernoemd is naar de Britse stad Bristol. Het is moeilijk te achterhalen waarom. Dit raadsel geldt trouwens voor alle Bristolhotels ter wereld. Vele hoteleigenaars beweren dat ze rechtstreeks toelating kregen Frederick Augustus Hervey himself, de 4de graaf van Bristol. Deze zou enkel zijn titel verlenen indien hoge kwaliteitsnormen konden gegarandeerd worden. Maar dit is een fabeltje, aangezien de meeste Bristol-hotels pas meer dan 100 jaar na de dood van de graaf hun deuren openden. Warschau in 1901, Oslo 1920 en Parijs in 1925 bijvoorbeeld. Wat er ook van zij, een zekere Andreas Kuehrer, eigenaar van Restaurant Monopole op het adres Kaertnerring 10, dat is pal tegenover het huidige Bristol, verbouwde een pand op de hoek van Kaerntner 7 en Aka en maakte er een hotel van. En op 26 juni 1892 opende Hotel Bristol zijn deuren voor het publiek. In 1894 kocht ondernemer Karl Wolf, een bierbrouwer uit Pilsen, het hotel over van Kuehrer.

Roken in de bar
De inkomluifel van het Bristol is een pareltje van art deco en licht ’s avonds op in pure Oscarstijl. De antieke lift van het Bristol is pure romantiek door zijn twee tête à tête-zitjes in gecapitonneerd leder! Ernaast een majestueus trappenhuis in een stijl, halfweg fin de siècle en art deco. De trap heeft een koperen reling die een merkwaardige deuk vertoont… De legende wil dat deze schade ontstond door een stoot van een geweerkolf van een soldaat. Want na Wereldoorlog II was Hotel Bristol een tijdje het Amerikaanse hoofdkwartier.

In het interbellum beschikte het hotel nog over de ‘Grill Room’, een dining room in Titanic-stijl. Deze bestaat nu niet meer. De ovale lobby heeft dezelfde stijl als de charmante salons op de mezzanine en souterrain. De lobby van het Bristol heeft toegang tot een van Wenens oudste Amerikaanse bars. Surrealistisch detail, het is nog steeds toegelaten te roken in deze bar! Veel locals komen trouwens na hun operavoorstelling naar het Bristol afgezakt voor een ‘afzakkertje’. De 150 kamers, waarvan 24 suites brengen je terug naar de Belle Epoque. Veel pluche dus en vaak een prachtig uitzicht op de Wiener Staatsopera, doorheen zware draperieën die doen denken aan een theaterloge.

De eerste beroemde gast die het in leer gebonden gastenboek signeerde, was de Russische componist Anton Rubinstein, die er in 1894 arriveerde. In 1897 logeert componist Gustav Mahler in het hotel tijdens zijn eerste opdracht voor de Weense opera. Onder de overige 500 vermeldingen in het eerste gastenboek vind je ook illustere namen zoals de Amerikaanse president Theodore Roosevelt , niet te verwarren trouwens met zijn collega Franklin Roosevelt die later president werd. De Australische operadiva Nellie Melba verbleef in het Bristol in 1900. Voor haar ontwierp trouwens chef Escoffier in het Londense Savoy het ijsroomdessert ‘Pêche Melba’. Componist Rachmaninoff vluchtte in 1918 voor de Russische Revolutie en vestigde zich in de Verenigde Staten. In 1926 kwam hij naar Wenen en woonde geruime tijd in het Bristol.

Verschenen in Genlemen & Ladies nr.22