Geüpdatet op 9 september 2020

Onder hoogspanning

Delen op

John McEnroe en Nick Kyrgios zijn de eerste namen die opkomen als men denkt aan ontsporingen op een tennisbaan maar er zijn natuurlijk nog andere ‘heethoofden’ die enkele rackets naar de verdoemenis hebben geholpen of volledig gekraakt zijn. Hieronder zijn alvast enkele voorbeelden uitgelicht.

Marat Safin
De Russische artiest gaf na zijn carrière toe dat hij op zijn minst 1000 rackets naar de
vuilnisbak had verwezen en voegde daar monkellachend aan toe: “Dat is niet zó veel. Ze verdienden het ook.” Een geschatte waarde van zo’n 200.000 dollar aan materiaal verdween dus naar de vuilnisbelt. “Ik weet dat veel mensen zich mij daarvan zullen herinneren”, zei Safin. “Maar dat kan me niet schelen.” Heel velen zullen zich ook zijn fantastische frats op Roland Garros 2004 voor de geest kunnen halen. Safin liet na een wonderbaarlijke slagenwisseling tegen Felix Mantilla zijn short zakken om het gewonnen punt te vieren. Safin, mooie jongen en charmeur pur sang, kwam ermee weg en werd in 2001 en 2002 verkozen tot de favoriet van de fans. Hij werd ook de nummer een van de wereld en won twee grandslamtitels, de U.S.Open 2000 en de Australian Open 2005.

Xavier Malisse
Zelden is er een groter verschil geweest tussen het imago van een speler op de baan en zijn echt karakter daarnaast. Malisse was timide, vriendelijk en uiterst correct. Zelfs al vergat hij soms een afspraak, toch kon je er niet kwaad op blijven. Maar X-man werd ook een andere mens op een tennisveld waar hij problemen had met imperfecties van zichzelf en het baanpersoneel. Zijn ‘hoogtepunt’ kwam er in de tweede ronde van de Miami Open 2005 tegen David Ferrer. De Kortrijkzaan stond én set tegen nul voor maar bij 5-5 in de tweede set sloegen de stoppen door. Hij werd ervan beticht een lijnrechter uitgemaakt te hebben voor het vuil van de straat en werd gediskwalificeerd. Malisse kon zijn oren niet geloven en vond de beschuldiging onterecht. Hij ging op de grond liggen met zijn hoofd in zijn handen en schreeuwde naar de referee “Hoe kan je me dit aandoen? Ik ben zo geënerveerd omdat ik niets misdaan heb!” terwijl hij ook opnieuw de lijnrechter belaagde. De man moest de baan verlaten. Dat deed ook Malisse maar niet nadat hij nog, volledig buiten zijn zinnen, enkele rackets naar de Filistijnen had geholpen. Deze portie cinema leverde Malisse een maand schorsing op en een kleine smet op zijn mooi blazoen.

Mikhail Youzhny
De enigmatische Rus springt er een beetje uit in deze categorie. Hij had immers een specialiteit: zichzelf tot bloedens toe met zijn racket op het hoofd slaan. Yep, u heeft dat goed gelezen. In 2008, opnieuw in Miami, was hij in een ongelooflijk gevecht verwikkeld met Nicolas Almagro toen hij een breakpunt verkreeg terwijl de Spanjaard eigenlijk serveerde voor de match. Youzhny miste die bal echter en verzilverde de kans dus niet. Zijn reactie daarop verraste het publiek en even later de hele wereld: hij sloeg drie keer keihard met zijn racket op zijn eigen hoofd. Dat had, vanzelfsprekend haast, een wonde tot gevolg en de Rus begon dan ook te bloeden. Voor één keer was het dus het racket dat het duel met de mens won. Dat deed Youzhny echter ook een beetje daar hij na een klein oponthoud om het bloed te stelpen er toch nog in slaagde om Almagro te breken en de match in een tiebreak te winnen. Een keikop en masochist in één dus die het kunststukje nog eens overdeed op Roland Garros 2015. In zijn wedstrijd tegen Dzumhur sloeg hij niet minder dan elf keer op zijn hoofd maar blijkbaar toch iets beter gericht daar de schedel er zonder schade vanaf kwam. Hij moest evenwel omwille van een blessure toch de strijd staken. Straf.

Goran Ivanisevic
Absurder dan dit vind je niet. In 2000, één jaar vooraleer de licht ontvlambare Kroaat zijn legendarische titel op Wimbledon zou vieren, smashte Ivanisevic drie rackets stuk in één wedstrijd op het tornooi van Brighton. U zal zeggen dat zoiets kan gebeuren en hij is er vanzelfsprekend ook voor gestraft maar in zijn uitbarsting had Ivanisevic zich niet gerealiseerd dat hij maar drie rackets bij had om zijn match te spelen. “Ik heb geen rackets meer!”, moest hij dan ook beschaamd bekennen bij de officials. Ljubicic, de dubbelpartner van Ivanisevic, had hem er één kunnen lenen maar dat was van een ander merk en dus moeilijk om mee te tennissen. De scheidsrechter kon dan ook niet anders dan de opgave van de geniaal gekke Kroaat aankondigen door een gebrek aan materiaal. “Ik kon een racket kapot slaan in water, het is een gave”, kon Ivanisevic er nog mee lachen. Het was niet eenvoudig maar zijn ‘prestatie’ werd verpulverd door Marcos Baghdatis op de Australian Open 2012 toen de Cyprioot, in een match tegen Wawrinka, niet minder dan vier rackets in minder dan 30 seconden tot schroot herleidde. Hij getroostte zich zelfs niet de moeite om ze uit hun plastiekje te halen.

Jimmy Connors
Ondanks Nastase en McEnroe was Jimmy Connors misschien wel het grootste heethoofd die het circuit ooit gekend heeft. De Amerikaan had sowieso wat boerse manieren, als zoon van een douanebeambte, die haaks stonden op het elitaire van de tenniswereld in die tijd. Hij werd gedreven door een onstilbare zegehonger, was arrogant en een fan van ‘trashtalking’. Zijn provocaties waren in de jaren ‘70 even veelvuldig en precies als zijn forehandwinners terwijl hij tegelijk met Chris Evert het Amerikaanse droomkoppel vormde. Eenmaal hij de route van McEnroe kruiste ontsponnen zich vaak de meest surrealistische woordenwisselingen die op een tennisbaan ten gehoren zijn gebracht. Voor de 100ste editie van Wimbledon was hij amper op de club te vinden, waar hij zijn tijd niet wilde verdoen met “oude krenten” maar trainde hij op een nabij- gelegen club. Hij noemde Lendl een ‘schriele kip” en in 1977 toen de finale van de U.S.Open tegen Guillermo Vilas eindigde in complete chaos omdat de zegevierende Argentijn door zijn fans op handen werd gedragen en de baan ingenomen werd, zag je hem discreet een toeschouwer tegen de vlakte slaan met een stevige rechtse. Net zoals Andre Agassi iets later werd ‘Jimbo’ milder met de jaren, gezinshoofd ook, en eindigde hij zijn loopbaan als een regelrechte held toen hij op zijn 39ste nog de halve finale haalde op de U.S.Open.

Fabio Fognini
De man van Flavia Pennetta zorgt steevast voor een uitgebreid Commeddia dell arte op de baan. Op een slechte dag kan Fognini het publiek op stang jagen, zichzelf verwensen, de scheidsrechter de huid volschelden en zelfs ronduit seksistisch of racistisch uit de hoek komen. Op de U.S.Open 2017 ging er een filmpje van hem rond waarop hij de arbiter een vrouw van lichte zeden noemde, iets wat hem een dag later een uitsluiting van het tornooi kostte. Op de recentste Wimbledon liet hij zich weer van zijn beste kant zien door te zeggen dat de All England Club een bom verdiende om de boel op te blazen, omdat hij op een zijns inziens te kleine baan moest aantreden. “Ik was gefrustreerd en heb me geëxcuseerd”, zei de Italiaan achteraf. “Iedereen heeft een bepaalde persoonlijkheid. Ik bega fouten en moet dan ook de consequenties aanvaarden. Ik heb al veel onnozel gedaan maar ik heb er ook veel voor betaald. Soms kan ik mezelf niet uitstaan op een baan.” Fognini is nochtans één van de meest getalenteerde spelers op het circuit – hij won het ATP 1000-tornooi van Monte Carlo dit jaar – maar zijn zenuwinzinkingen kunnen hem naar de afgrond drijven en hem matchen doen verliezen die hij in handen leek te hebben. Het kan dan ook niet anders dat we hier te maken hebben met de Italiaanse versie van Jekyll & Hyde.

Marcelo Rios
Een harde noot om te kraken, als tennisser en qua karakter. Eentje die in Chili zo in één of andere bende had gepast. ‘El Chino’ (De Chinees) heeft nooit een grandslamtitel op zijn palmares gezet maar was één van de grootste talenten aller tijden, zeker op gravel, en de eerste Zuid-Amerikaanse nummer een van de wereld in 1998. Het was bekend dat hij stug en moeilijk in de omgang was, wat hem vijf keer in zes jaar de ‘Prix Citron’ opleverde van de journalisten. Hij hield ervan om met snoeiharde uithalen iedereen op scherp te zetten terwijl hijzelf al eens een stapje in de wereld durfde te zetten. In 1997 zei hij over Wimbledon dat “het gras gemaakt was voor koeien en voetbal maar niet voor tennis”. In 2000 werd hij in Los Angeles gediskwalificeerd nadat hij ‘fuck you’ naar een scheidsrechter had geroepen, een uitdrukking die hij nadien nog eens herhaalde tijdens een interview met Nelson Montfort op Roland Garros. Toen hij op het tornooi van Marseille ooit in de kleedkamer werd beroofd van zijn tennistas met portefeuille, zei hij tijdens de prijsuitreiking: “Ik weet dat de dief hier in de tribune zit” Na winst in Monte Carlo heette het: “Dit prijzengeld is amper genoeg om mijn schulden deze week in het casino te bekostigen.” Het was ook Rios die er ooit in slaagde een taxichauffeur in Rome K.O. te slaan, op mensen te urineren en naakt in een zwembad te zwemmen even voor een Davis Cup-duel met Chili. Een man met ‘karakter’ dus.

Bernard Tomic
Vaders die niet echt hun nakomelingen geholpen hebben in hun tenniscarrière zijn er nogal wat geweest. Maar John Tomic is misschien wel hét voorbeeld van hoe je niet met een begenadigde zoon moet omgaan. Een explosieve gek die met zijn aanpak een monster heeft gecreëerd. ‘Bernie’ is immers een even ongeleid projectiel als zijn vader, misschien een tikkeltje minder agressief, maar al even onvatbaar. John gaf bijvoorbeeld een kopstoot aan de Franse sparringpartner van zijn zoon, wat Thomas Drouet een gebroken neus en een hersenschudding opleverde. Tomic junior ‘schittert’ vooral op de baan: zo houdt hij het record van de snelste nederlaag ooit, 28 minuten tegen Nieminen. Hij heeft ook een matchpunt in Madrid met de greep van zijn racket geretourneerd en een ontelbaar aantal boetes verzameld voor rijden onder invloed of met overdreven snelheid. Zijn verbale uithalen zijn ook niet bij te houden en zijn desinteresse in tennis is soms schrijnend. Toen hem gevraagd werd wat zijn nederlaag in de kwalificaties van de Australian Open zou betekenen voor zijn carrière, antwoordde Tomic: “”Ach, ik tel gewoon de miljoenen die ik heb (zes miljoen aan prijzengeld alleen, red) en over tien jaar moet ik niet meer werken terwijl ik me meestal maar voor 50 procent heb ingezet.” Waarop Andy Roddick uit zijn sloffen schoot: “Tel dan ook maar eens hoeveel geld je laten liggen hebt.” In Wimbledon dit jaar bijvoorbeeld werd Tomic nog zijn geld van de eerste ronde ingehouden omdat hij geen inspanning had gedaan om er een fatsoenlijke match van te maken tegen Tsonga.

Verschenen in Play Tennis nr.372